Meertens Instituut Databanken Bedevaarten Lijst

 

Enkhuizen, Heilig Kruis

Cultusobject:

Heilig Kruis

http://www.meertens.knaw.nl/bedevaart/images/kaarten/E040p.jpghttp://www.meertens.knaw.nl/bedevaart/images/plaatjes/glass.png

Datum:

Augustus (?)

Periode:

1515 (?) - 1572 (?)

Locatie:

H. Kruiskamer in de parochiekerk van St. Pancras (thans Zuiderkerk; 

Adres:

Zuiderkerksteeg 1, 1601 HJ Enkhuizen

Gemeente:

Enkhuizen

Provincie:

Noord-Holland

Bisdom:

Haarlem

Samenvatting:

Het betreft hier een miraculeus kruisbeeld dat gegroeid zou zijn in een holle boom nadat daar een hostie in was gebraakt. De cultus ontstond waarschijnlijk in 1515. Aan de openbare verering zal met de reformatie in 1572 een einde zijn gekomen.

Auteur:

Tim Graas

Illustraties:

http://www.meertens.knaw.nl/bedevaart/images/show/small/Enkhuizen_01.jpg                     http://www.meertens.knaw.nl/bedevaart/images/show/small/Enkhuizen_02.jpg                     http://www.zuiderkerk.nl/starnet/media/portaal_noord.jpg

Topografie

De St. Pancraskerk, een van de twee middeleeuwse parochiekerken van Enkhuizen, is gebouwd in de decennia na 1422, toen de stad toestemming kreeg van de graaf van Holland om een nieuwe kerk binnendijks te bouwen ter vervanging van een buitendijks gelegen kerk die door de hoge watervloeden niet te handhaven was. Deze laatgotische, tweebeukige hallenkerk kreeg in of na 1516 een aanbouw aan de noordzijde in de vorm van een tweebeukig dwarsschip, de H. Kruiskamer geheten, ten behoeve van de kort daarvoor sterk opgekomen H.Kruiscultus. Ook de verhoging van de toren in de jaren 1518-1533 is wellicht mogelijk gemaakt door extra inkomsten dankzij de cultus. De kerk is sedert 1572 in gebruik bij de hervormden. De Kruiskamer, die qua ornamentering rijker is dan het overige van de kerk, is na 1572 gebruikt voor godsdienstoefeningen; ook is de Noordhollandse synode er enkele malen bijeengekomen. Sedert het einde van de 18e eeuw werd de ruimte door een houten schot van het overige deel van de kerk afgescheiden. Dit schot is bij de laatste restauratie in de jaren vijftig verwijderd. Het is niet bekend hoe en waar precies het kruisbeeld stond opgesteld; mogelijk tegen de grote vrijstaande zuil met koolbladkapiteel tussen noordbeuk en kapel. Deze zuil heet afkomstig te zijn uit de Amsterdamse Oude Kerk, waar hij omstreeks 1512 verwijderd moet zijn. De hoogte van de kapel doet een groot formaat kruisbeeld vermoeden.

Cultusobject

 Het wonderdadige kruis is sedert het einde van de 16e eeuw spoorloos. Het is niet bekend hoe het er uitgezien heeft. In de bronnen is alleen sprake van een houten kruis dat aan een holle boom was gegroeid. Het prentje in de kroniek uit 1517 is eerder een illustratie van de miraculeuze ontstaansgeschiedenis van het kruis in Noorwegen dan een natuurgetrouwe afbeelding van het in Enkhuizen vereerde kruisbeeld. Het vertoont een vrij schematisch weergegeven bloeiende boom waaraan het vrijwel naakte lichaam (de lendendoek lijkt te ontbreken) van Christus vast zit. De voeten lijken te steunen op een soort uitstulping; de nagels waarmee hij aan het kruis gespijkerd werd zijn niet aangeduid. Het van een doornenkroon en kruisnimbus voorziene hoofd neigt neerwaarts in de richting van de knielende vrouw, ongetwijfeld de in de kroniek genoemde maagd die de hostie in de boom had gebraakt.
Een dergelijke voorstelling van de gekruisigde Christus wijkt af van de hier te lande in de late middeleeuwen gangbare typen kruisbeelden. Twee elementen zijn echter essentieel voor het verhaal en zullen ook met het cultusobject overeenstemmen: eerstens het Y-vormige boomstammenkruis, van het type 'Gabelkreuz' dat met name in Duitse maar ook in Scandinavische landen voorkwam (hetgeen misschien ook de herkomst uit Noorwegen verklaart) en ten tweede het grote formaat, waarvoor zoals gezegd ook de hoogte van de kapel een indicatie vormt.

Verering

Ontstaan
De cultus is gedocumenteerd door één contemporaine bron: de als betrouwbaar geldende kroniek uit 1517 die bekend staat onder de naam Divisiekroniek. Hierin wordt onder de gebeurtenissen van het jaar 1515 het volgende vermeld: 'in augustus hebben vele grote heren met milde gaven het H. Kruis vereerd, dat in Noorwegen op wonderbaarlijke wijze aan een holle boom was gegroeid. In die boom had een maagd overgegeven, die op Paasdag te communie was geweest. Dit kruis heeft (na overbrenging naar deze kerk) in de St. Pancraskerk talloze blijken van genade gegeven en wordt nog dagelijks door mensen in nood met gaven bezocht, zoals blijkt uit de legende en de mirakelen'. - De tweede bron dateert van bijna een eeuw na het definitieve verloop van de cultus en is gekleurd door de protestantse opvattingen van de schrijver, de remonstrantse predikant Gerard Brandt. Als bronnen geeft hij behalve de Divisiekroniek de aantekeningen van Blaeuhulck op, die nadien verloren zijn gegaan. Deze Jan Simonsz. (Siewertsz.) Bla(e)uhulck (1577/ 78 - 1640) stamde uit een oud Enkhuizens geslacht - een Simon Blauhulck was van 1526-1532 pastoor van de Pancraskerk en liet geld na ter verfraaiing van de toren - en speelde een vooraanstaande rol in het politieke en sociale leven van zijn stad.
De extra informatie die Brandt verschaft is dat het houten kruis verscheidene miraculeuze genezingen heeft bewerkstelligd en dat ter vermeerdering van de devotie de Kruiskamer werd aangebouwd die door vele mensen als een heiligdom werd bezocht. 'Doch naderhandt hebben veele van d'ingesetenen deser stede, ten tijde der Reformatie, dit stuk anders ingesien, en vastelijk gelooft, dat men dit hout wonderwerken toe schreef, die bij de kerkelijken uit gierigheit waeren verdicht.'

Afloop van de cultus
Enkhuizen is een beeldenstorm gespaard gebleven. Daags na de eerste openbare predikatie op 25 mei 1572 werd de Zuiderkerk als eerste kerk der stad voor de gereformeerde eredienst ingeruimd. Van de vermogende katholieken vluchtten de meesten naar Amsterdam dat nog aan de zijde van de landvorst stond en het is niet uit te sluiten dat het kruis toen de stad is uitgesmokkeld. Waarschijnlijker is echter dat het met andere kerkelijke goederen door de stad in beslag genomen is. Bekend is dat tot ver in de 17e eeuw op de zolder van het stadhuis houten beelden en zilverwerk uit de Pancras- en de Gommaruskerk werden bewaard. Op aandringen van de gereformeerden, die verontrust waren over de toenemende paapse stoutigheden, besloot het stadsbestuur bij resolutie van 28 december 1654 de beelden te verbranden en het zilverwerk aan stukken te slaan. Het is mogelijk dat het Noorse kruis zich onder die beelden bevond. - De herinnering aan de cultus was in de 17e eeuw niet echt meer levend onder de Enkhuizense katholieken. Dit blijkt uit de notulen van het Haarlemse kapittel. Zo werden op de vergadering van 8 juli 1631 enige bijzonderheden voorgelezen over vroegere cultusplaatsen in het bisdom, waaronder ook over het wonderdadige kruis te Enkhuizen (met verwijzing naar de Divisiekroniek) en de martelaren van Alkmaar die in Enkhuizen begraven werden. De toenmalige Enkhuizense pastoor en aartspriester Augustinus de Wolf werd opgedragen een onderzoek hiernaar in te stellen, hetgeen blijkens de notulen van de vergadering van 14 oktober niets opleverde. De kwestie bleef uiteindelijk onopgelost; of het kruis met de reformatie door de katholieken is geborgen en nog te Enkhuizen aanwezig is, kan niet met zekerheid vastgesteld worden, aldus Van der Aa in 1843.- Het verhaal van de cultus vormt sinds Brandt (1666) een vast item in de historiografie der stad, ongetwijfeld mede dankzij het anekdotische gehalte. Het verhaal en de Kruiskamer worden ter ondersteuning van de couleur locale opgevoerd in hoofdstuk drie van Schimmel's De eerste dag eens nieuwen levens (1855), een vanuit protestantse overtuiging geschreven historische roman over de overgang van Enkhuizen naar de reformatie. Het wat bizarre karakter zal verhinderd hebben dat de cultus bij het katholieke en oud-katholieke volksdeel iets was om trots op terug te zien. Herdenkingen zijn er niet geweest, laat staan pogingen om de devotie op de een of andere manier nieuw leven in te blazen, zoals bijvoorbeeld in ? Amsterdam, H. Sacrament - ook een bedevaartplaats ontstaan naar aanleiding van het uitbraken van een hostie - gebeurde. In de huidige r.k. Franciscus Xaveriuskerk (1905) en de oud-katholieke Gommarus- en Pancratiuskerk (1908) zijn geen schilderingen, glas-in-lood of iets dergelijks te vinden die de vroegere devotie memoreren. Ook in de Zuiderkerk herinnert behalve de Kruiskamer niets aan de cultus; een toespeling vormt misschien het vermanende gedicht op de epitaaf van Jan Simonsz. Blauhulck, dat Christus' kruis als thema heeft. (inmiddels zijn er tijdens een restauratie in de gewelven van de kerk Fresco’s gevonden die er aan herinneren dat het eens een r.k. kerk was, de Fresco’s worden nu in ere hersteld. (m.de wit) )

Bronnen en literatuur

Tekstedities: [Cornelius Aurelius], Die cronycke van Hollandt, Zeelandt ende Vrieslandt: beghinnende van Adams tiden tot die geboerte ons heren Jhesum, voertgaende tot den jare MCCCCC ende XVII etc. (Leiden: Jan Seversz, 1517) f. 433; [G. Brandt], Historie der vermaerde zee- en koop-stadt Enkhuisen, vervaetende haere herkomste, en voortgangh. Mitsgaeders verscheide gedenkwaerdige geschiedenissen, aldaer voorgevallen. Uitgegeven met goedtvinden van de Ed.Achtbaere Burgemeesteren en Wethouderen der selve stede (Enkhuizen: Egbert van den Hoof, 1666) p. 45; J.J. Graaf, 'Uit de akten van het Haarlemsche kapittel', in: Bijdragen voor de geschiedenis van het bisdom van Haarlem 3 (1875) p. 156, 159  Literatuur: A.J. van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, dl. 4 (Gorinchem: Jacobus Noorduyn, 1843) p. 213-214; H.J. Schimmel, De eerste dag eens nieuwen levens (Enkhuizen in 1572) (1e dr. 1855, 4e dr., Schiedam: H.A.N. Roelants, z.j.) p. 75-76, betreft een historische roman; E.H. Rijkenberg, 'Enchusana', in: Bijdragen voor de geschiedenis van het bisdom van Haarlem, 36 (1914) p. 402-403; J. Fransen, Schoon Enkhuizen (Amsterdam: Allert de Lange, 1944) p. 26, gedicht op epitaaf Blauhulck, p. 30-34; Herma M. van den Berg, De Nederlandse monumenten van geschiedenis en kunst, dl. 8.2 ('s-Gravenhage 1955) p. 54 e.v., over kerk en kapel; H. Janse, Stads- en dorpskerken in Noord-Holland (Zaltbommel: Europese bibliotheek, 1969) p. 88-89; Peter Don, Kunstreisboek Noord-Holland (Houten: Van Kampen, 1987) p. 251-251, over kerk en kapel; Karin Tilmans, Aurelius en de Divisiekroniek van 1517 (Hilversum: Verloren/Historische Vereniging Holland, 1988) p. 63; W.H. de Boer, Sint Gommer en Sint Pancras. Klooster, kerk en klerus in Enkhuizen (Schoorl: Vereniging Oud-Enkhuizen, 1988) p. 8.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Enkhuizen-H.Kruis


 2000-2010 KNAW/Meertens Instituut