Allerheiligen

 

 

 

De dag (1 November) waarop in de rooms-katholieke eredienst alle heiligen worden herdacht. Oorspronkelijk was het een gezamenlijke herdenking van alle martelaren

(op 13 Mei), maar in de 8ste eeuw werd het een herdenking van alle heiligen.

In 844 werd door paus Gregorius IV de datum 13 Mei vervangen door 1 November. Omstreeks die datum moet het, volgens volksgeloof

enkele dagen mooi weer zijn,

Allerheiligenzomertje- of Oude-Wijvenzomer genaamd.

Deze periode is van korte duur.

 

De weerspreuken zeggen dan ook:

Het nazomertje van Allerheiligen

Kan voor de winter niet veiligen

Geeft Allerheiligen zonneschijn

Spoedig zal het winter zijn

Schijnt de zon op 1 November

Dan is een zachte winter te verwachten;

Vriest het, dan is het ijs sterk met Kerstmis

 

Brengt Allerheiligen de winter aan

Dan doet Martinus de zomer staan. (11 nov.)

Met Allerheiligen vochtig weer

Sneeuwbuien volgen keer op keer

 

Brengt Allerheiligen winterweer

Tien dagen duurt dat zeer

Geeft Allerheiligen zonneschijn

Spoedig zal het winter zijn

 

Allerheiligen met zonneschijn

Geeft in de winter veel pijn

Als het met Allerheiligen sneeuwt

Leg dan Uw pels gereed

 

Houden de kraaien voor Allerheiligen school

Zorg dan voor hout en kool

Allerheiligen is vanouds

tien dagen een winterke of een waterke

 

Waarschijnlijk wordt nergens in Amerika  Allerheiligen zo nageleefd als bij de Louisiana Fransen. Dagen van te voren schilderen de familieleden de graven wit of maken ze schoon, maken kunstbloemen en kransen en leggen deze op de graven. Chrysanten en Dahlia’s worden gebruikt om de graven te decoreren. In de middag op Allerheiligen dag worden de graven gezegend. Er wordt een processie gehouden rond het kerkhof, de priester voorop gevolgd door de mensen. Tijdens de zegening wordt het rozenhoedje gebeden. De ceremonie wordt beëindigd met een preek en het zingen van de Libera. In sommige delen waar een priester niet kan assisteren worden kaarsen in de duisternis gebrand, een voor elke gestorvene en een nachtwake wordt gehouden.

Waar buitenaltaren bestaan wordt op de kerkhoven een heilige mis gehouden op Allerzielen.

 

Allerzielen

 

 

Vlaamse volksgebruiken Allerzielen 2 November

's Avonds om 6 uur worden in Vlaanderen, terwijl in de kerken als inleiding op de dag van Allerzielen het officie der overledenen wordt gecelebreerd, de klokken "over de dood" geluid. Zolang de klok luidt, wordt ook in de huizen gezamenlijk gebeden voor de zielen in het vagevuur en worden gewijde kaarsen aangestoken. Na de bidstonde worden koeken en wafels gebakken (allerzielenbroodjes). Voor de deur van hun huis richten kinderen altaartjes op, bestaande uit een tafeltje, waarop een linnen doek is gespreid en waarop een Christusbeeld prijkt. De voorbijgangers leggen een muntstuk op het bord. Met de opbrengst kopen de kinderen kaarsjes die 's avonds worden aangestoken. Te Scherpenheuvel wordt op Zondag na Allerheiligen de zgn. Kaarskensprocessie gehouden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In de rooms-katholieke eredienst de jaarlijkse herdenking op 2 November; (indien dit een Zondag is, op 3 Nov.) van alle overledenen. Ontstaan in kloosters van het Frankische rijk

(o.a. Cluny), werd deze herdenkingsdag in de 14de eeuw algemeen in de Rooms-Katholieke Kerk. Bekend is o.a. het voorschrift van Odilo, abt van Cluny, om de avond vóór 2 November de doodsklok te luiden en het officie (kerkelijk gebed) voor de overledenen te bidden. Vooral in de zuidelijke landen neemt Allerzielen in de volksvroomheid een zeer grote plaats in. Op deze dag is het priesters toegestaan driemaal, i.p.v. eenmaal de mis op te dragen.

Op vele plaatsen is het gebruikelijk een bezoek aan het kerkhof te brengen, om de graven te versieren, en daar voor de overledenen te bidden. Dikwijls vindt op het kerkhof ook een Absout plaats. De gelovige kunnen op deze dag

(van 's middags 1 November af) een volle aflaat verdienen bij elk kerkbezoek. Met Allerzielen, kon je aflaten kopen, door geld te geven aan de kerk:

Hoe meer geld in het kistje klinkt

Hoe vlugger je ziel uit het vagevuur springt.

In België worden door de bakkers broodjes gebakken, voorzien van een kruisje, die men zielebroodjes noemt; ze moeten heet worden gegeten. In Limburg worden de zgn. kruiskenbroodjes gewijd, ze worden nuchter gegeten na het gebed voor de zielen in het vagevuur. Ook werden er zelfs lichtjes aangestoken, zodat de zielen van de overledenen hun weg beter zouden vinden. Ook sproeide men wijwater over de graven en brandde daar kaarsjes. Hoe meer kaarsjes op het kerkhof, hoe meer zielen werden voortgeholpen. Herinneringen aan het Germaans heidendom, o.a. de Zielenwagen die door de lucht rijdt, leven in sommige volksgebruiken van Allerzielen voort. De Germaanse dodendag viel in deze tijd en werd gekerstend. Volgens volksgeloof verlaten de zielen het vagevuur en bezoeken vroegere woonplaatsen.

Men bakte soms zielebroodjes of zieltjeskoeken voor de zielen.

 

 

 

Allerzielen weerspreuken

Als Allerzielen zacht begint

Volgt er veel regen en wind

Allerzielen witte pelder

Maakt het voorjaar mild en helder

 

Sneeuw op Allerzielen

Voorspelt een zacht voorjaar

Met Allerzielen wit gewemel

In het voorjaar blauwe hemel

 

Allerzielen zonder vuur

Spaart geen brandhout uit de schuur

 

Engeltjeskoek

Eerste pannenkoek, die bij het koekenbakken op de vooravond van Allerzielen

in het vuur geworpen wordt voor de afgestorvenen

 

In Duitsland is deze dag diep in het volksbewustzijn verankerd, omdat deze dag met familievroomheid gekruid is. Op de dag voor Allerzielen, in de namiddag van Allerheiligen worden de graven met Asters en Chrysanten opgesierd en een eeuwig licht opgesteld.

Naar oud christelijk volksgeloof, reisden op Allerzielen de arme zielen uit het vagevuur naar de aarde af om voor korte tijd uit te rusten van hun kwellingen. Giften voor de armen, monniken, nonnen en peetkinderen, b.v. zielenbroodjes, zielenkoekjes, zandtaart met rozijntjes, gevlochten zielenbrood, punten taart, maar ook spirituele gaven zoals gebed, kaarsen en wijwater bestempellen deze dag. In vele gebieden vinden lichtprocessies plaats, waarbij ook de priestergraven bezocht worden.

Het kerkkoor intoneert uit het Kerkhof het

“Dies irae, dies illae”. “Om de arme zielen ter wille te zijn” bewaarden vroeger de kinderen uit allerlei gebieden ook appels, graan, meel, reuzel, geld en vooral brood. Er zijn gebieden waar de kinderen op de graven kleine munten (die daar neergelegd werden) zoeken en vinden, daarmee konden de kinderen zielen-broodjes-peren of gebak kopen.

In vorige eeuwen vindt men ook bijgelovige gebruiken op Allerzielen. De graven werden met weiwater besprenkeld om ze te zegenen, als ook om de kwellingen in het hete vagevuur te verlichten. Men legde eten op het graf (brood, bonen, wijn) en staken kaarsen aan. Natuurlijk durfde men op de graven van zelfmoordenaars geen kaarsen te branden omdat men dacht dat de kinderen dan ook zelfmoordenaars zouden worden. Het licht op de graven werden op verschillende manieren uitgelegd: Het zou de zielen aanlokken en hen de weg naar een rustplaats wijzen of het zou de zielen verwarmen. In andere plaatsen was dat licht een grens tussen de levenden en de doden of het verjoeg de boze geesten. Wie zich in die nacht op een grafheuvel durfde te begeven zou het jaar daarop sterven, op een van de graven waarover gelopen werd. De doden zelf namen diegenen die het jaar daarop stierven.

Niet alleen op het kerkhof, ook thuis eerde men de doden: Eten en drank (melk, water, stukjes brood) bleven op de tafel staan. Als avondmaal werd er vaak gerstekorrelpap gegeten, omdat men aannam dat zoveel korrels men at zoveel zielen uit het vagevuur bevrijd werden. Voor afkoeling van de lijdende zielen werd er meel in het vuur gestrooid.  Kleine lege pannen moesten op het fornuis staan, om te voorkomen dat er per ongeluk een ziel in zou zitten; geen ovenvork mocht verkeerd staan, dat zou de arme zielen kunnen bezeren; geen mes mocht verkeerd om op de tafel liggen, de arme zielen moesten erop kunnen zitten. Het haardvuur bleef dag en nacht branden in het bijzonder om die zielen die kou leden te verwarmen. Men zette brandende kaarsen voor de ramen speciaal voor de levenden die voor de zielenrust van de overledenen baden. Dit licht zou de zielen aan het eeuwige licht helpen. De hele nacht brandde er licht, dat niet met olie maar met vet gevoed werd, daarmee konden de zielen hun brandwonden koelen.

Wie zich in de nacht van Allerheiligen op Allerzielen buiten waagde, nam het gevaar te sterven omdat er spoken en toverij dreigden en alle geesten en demonen vrij spel hadden.

Op de dag zelf waren enige verboden, het zaaien van koren en de ganzenjacht.

Wie op Allerzielen enige vodden uit zijn boom gooide zou zijn vee beschermen tegen onheil.